I Am Oak in de Paradijskerk te Rotterdam, 28 maart 2014


Foto's: Arthur Winailan

I Am Oak gaf ontegenzeggelijk een goed concert daar in die Paradijskerk. Daar is op zich niets nieuws aan, want dat verwachtten we ook. En daarom kwamen we dus. Missie geslaagd, niets op af te dingen. Maar er valt nog wel meer te zeggen over het concert van afgelopen vrijdag in Rotterdam. Want het werd door de locatie toch ook een bijzondere gebeurtenis. De Paradijskerk in Rotterdam, dat is gewijde grond!

De band was zich daarvan ook bewust. In stijve devotie stonden zij op het kleine podium met de ruggen naar het altaar: gitarist Robby Wouters met geloken ogen, Thijs Kuijken met de schoenpunten bescheiden naar binnen gericht, Tammo Kersbergen in ongenaakbare pose achter zijn drumstel en zelfs bassist Stefan Breuer, die niet snel om een vermakelijke opmerking verlegen zit, kon niet anders dan schuchter stamelen dat hij toch maar eens van T-shirt ging wisselen. Want hij had die morgen in een onnadenkend moment een shirt met de tekst 'Circus Devils' uit de kast geplukt.

Nee, het was zeker geen swingende bedoening in de Paradijskerk. De band leent zich ook niet voor uitbundigheid, dat weten we. De muziek van I Am Oak is om naar te luisteren, om instemmend bij mee te knikken en af en toe met puzzelende blik naar de grond te kijken. Want de teksten gaan over de kosmos die er altijd is - hier, daar, overal - maar niet altijd wordt begrepen door de simpele luisteraar die ook nog eens onder de indruk is van een tempel Gods. Maar dat is ook helemaal niet erg. Je hoeft immers niet alles door te hebben in het leven, laat er wat te gissen blijven. Het publiek bewoog op zijn best met de hoofdjes heen en weer als een verzameling metronoompjes. Dat het een seated concert was deed er dus niet zo veel toe. Zelf klopte ik met mijn vingers enthousiast en beschaafd met het ritme mee op mijn bovenbeen. Zulk soort beleving.

Maar mensen, wat was die muziek prachtig! Niet alleen omdat die van zichzelf al prachtig is, maar ook omdat die prachtig klonk. Wat een geweldig geluid was het daar in de Paradijskerk. Veel beter dan in menig concertzaal. De instrumenten waren goed te onderscheiden - oké, het waren er maar vier - zonder dat het geluidsniveau maar in de buurt van trommelvliesscheurtjes kwam. Die goede akoestiek, zou dat komen door de mystieke sfeer van de tempel met beeldhouwwerkjes, biechtbank, doopvont, orgel en kroonluchter? Of een goede geluidsinstallatie? Of gewoon door de capabele mannetjes van het geluid? Ik houd het op het laatste en zij verdienen daarom een dikbelegde hostie voor het bereikte resultaat.

En dan die stem! Ik blijf het een wonder vinden dat zo'n stem uit zo'n tenger lijf kan komen. Want er stond een doodgewone, afgetrainde jongen van de straat op dat podium te zingen, in spijkerbroek met de portemonnee in de kontzak zoals wij stervelingen dat allemaal hebben. Maar wij gewone mensen hebben niet die stem die bij Thijs als vanzelfsprekend uit zijn keel komt en via onze oren ons binnenste reinigt, schrubt en loutert. Je hebt nooit meer een kachel nodig als je geniet van het verwarmende timbre van Thijs Kuijkens stem. Het is eigenlijk een onrechtvaardigheid van de Schepper dat hij maar een enkeling in het ondermaanse met deze gave heeft begiftigd. De keerzijde is dan weer wel dat zij die ernaar luisteren zich bevoorrecht voelen, het gevoel krijgen uitverkoren te zijn (oké, wel na het kopen van een kaartje).

Ook de anderen waren goed hoor. Stefan Breuer bijvoorbeeld, niet alleen op bas, maar ook met het aan elkaar praten van de liedjes als Thijs weer voor de zoveelste keer in zichzelf gekeerd de snaren aan het bijdraaien was. Robby Wouters ook, die in trance zijn akkoorden uit de snaren toverde. En Tammo 'tom tom ' Kersbergen, goeie drummer hoor. Maar juist hij was voor mij deze avond de absoluut ongrijpbare. Hij deed zijn werk naar behoren met de blik gericht ergens op een ondefinieerbare plek op het podium en waar ik dacht dat hij op Honeycomb uit zijn dak zou gaan, gebeurde dat niet. Zijn sticks deden dat wel overigens, begrijp me goed, die produceerden dat opzwepende gebonk waardoor het liedje een gouden randje krijgt. Maar Tammo leek er stoïcijns bij te zitten, alsof hij vocht tegen een zware verkoudheid. Wat een contrast met de afsluiter Don't I Know Enough waarbij de hele band keurig uit zijn dak ging en Tammo met beuken op de bekkens op het punt leek te staan om uit te treden. Hetgeen net niet gebeurde.

De toegiften waren er ook, met ironie aangekondigd omdat iedereen ook wel weet dat de toegift een terugkerend ritueel is. Stefan zei dan ook 'dat jullie zo hard klapten en wij nog wel tien minuutjes over hadden en ook wel een beetje zin om verder te spelen dus waarom niet'.

Daarna was de koek op en werden er nog wat plaatjes gekocht en handtekeningen gezet, business as usual. En toen liepen we terug naar het station en dronken nog ergens een biertje en niemand kon aan ons afzien dat we kort tevoren een mis in een kerk hadden bijgewoond die ons nog lang zal heugen.