De Règâhs - Règâh Love

Album van de week


NLDisco

Ik beken: ik was een Hagenees. Uit de Moeâhrwèk. En ik heb die kale Theo van der Burch zien draven langs de lange zij in het Haagse Zuideâhrpark, zoals gezongen wordt op Oh oh Den Haag, het Haagse volkslied dat ook op dit album is opgenomen. Dus ik had voortdurend een glimlach op de lippen bij het luisteren naar Règâh Love, het laatste album van de Règâhs. Ik vond het allemaal wel gènig. Tot ik besefte dat de muziek van deze straatvogels veel meer dan alleen maar leuk is. Deze gasten zijn gewoon kègoed! Hun teksten zijn scherp, de muziek is schoon. Dat was een verrassende constatering!

De reiger is een Haagse straatooievaar. Hij staat voor een ander gezicht van de residentie, die niet-Hagenezen vooral kennen als hofstad en hoofdstad van het internationaal recht. De reiger is het gezicht van wijken als de Schilderswijk, Moerwijk en Morgenstond, de wijken waar de onder- en middenklasse van de residentie wonen. Stop drie reigers bij elkaar, met in hun klauwen twee gitaren en een wasbord, en je krijgt de Haagse Règâhs. Een 100% puur Flamingo-gezelschap dat al albums lang bestaat. Gezellige muziek maken deze goseâhrs, met een lepeltje (nou, eigenlijk is het best wel een harington vol) chauvinisme. Gezellig zoals ze muziek maken, gelardeerd met gemompel in plat Haags . Ze praatzingen liedjes die we kennen uit de beginperiode van de Nederbeat. Meestal van Haagse bands, want die waren veruit in de meerderheid. En altijd vertaald naar het Nederlands. Hoewel vertalen niet het juiste woord is, want alle liedjes hebben een volledig nieuwe tekst gekregen waarbij de taalse spitsvondigheden altijd leuk zijn en soms geniaal. Jan Rot heeft een reputatie als het gaat om het maken van Nederlandse versies van buitenlandse liedjes, maar deze Règâhs steken hem toch wel serieus naar de kroon!

Het album bevat twaalf liedjes met vlotte, luchtige gitaarmuziek en goede en vermakelijke teksten. Enkele Nederbeat-hits van toen hoor je voorbij komen, in een flamencojasje en met een luim die aanstekelijk is. Een hoogtepunt is Kolduh Ierings, een medley van liedjes uit de beginperiode van the Golden Earring(s), dat langs flamenco(eh pardon: flamingo)klanken omhoog klimt tot een climax waarin de jongens eerst op zachte toon ‘Den Haag’ zingen. Maar die vage klank is natuurlijk niet vol te houden als het Haagse bloed gaat stromen en een sfeer ontstaat als die in vak midden-noord in het Kyocera-stadion als de Haagse voetbalprofs (linkerrijtje!) het publiek in vervoering brengen. Ik was niet bij de CD-presentatie in het Haagse Paard van Troje aanwezig, maar ik vermoed dat het een kippenvelmoment is geweest toen de Règâhs - en waarschijnlijk ook het Haagse publiek - uit volle borst ‘Den Hààg’ scandeerden.

Het album eindigt met een ander hoogtepunt. Anoek is een collegiale liefdesbetuiging aan Anouk, dat Haagse moâhdwèf, naar analogie van haar liedje For Bitter or Worse. Het intro is van een schoonheid die een ooievaar doet vergrijzen in de schemer van de Oude Molstraat. Dat komt allemaal door de pracht en de kracht van de Règâh-flamingo!