Lana Del Rey - Ultraviolence

Album van de week


Polydor

Lana Del Rey is lastig in een vakje te plaatsen. Ze is inmiddels te groot om 'alternatief' bevonden te worden, maar haar muziek is weer te fijn om hier te negeren. Met haar doordachte présence en continuë aanwezigheid in de roddelpers is ze eerder een marketingproduct dan een mens van vlees en bloed. Lana Del Rey is onmiskenbaar een boeiende, aantrekkelijke jonge vrouw. Maar wel een zonder uiterlijke emotie, als een Nadia Comaneci van de popmuziek: wereldkampioen in haar discipline, tevens gespeend van elk spoortje levensplezier. Een koningin in een donkere wereld, alsof ze haar ziel verkocht heeft aan de duivel in ruil voor eeuwige roem. Tot zover de buitenkant van Del Rey.

Haar tweede (het teruggetrokken debuutalbum Lana Del Ray (2010) buiten beschouwing gelaten) is geproduceerd door Dan Auerbach. De gitaren, waaronder de pedal steel van Russ Pahl, spelen naast de synthesizers dan ook een grotere rol dan op het vorige album. Er is nu meer aandacht en liefde voor de instrumenten. Daardoor alleen al is het album met elf goede popliedjes leuk om te herbeluisteren.

De merendeels eigen liedjes zingt ze met nasale stem die ze regelmatig in toonhoogte varieert en waarmee ze soms de grenzen van haar bereik opzoekt. De liedjes hebben stuk voor stuk een traag tempo en zijn behept met een mysterieuze sfeer en onderkoeling maar zonder enige spoortje van plezier in het leven. De teksten gaan over relaties en zijn rauw en direct. Songtitels als Money Power Glory en Fucked My Way Up to the Top spreken voor zich. Maar zulke liedjes kunnen natuurlijk weer deel uitmaken van een uitgekiend image.

Misschien is alles gewoon bedacht. Maar de uitvoering is perfect.