John Hiatt - Terms Of My Surrender

Album van de week


New West Records

Het zal ergens begin tachtiger jaren geweest zijn dat ik voor een optreden van Ry Cooder in het Haagse Congresgebouw kwam en daarbij onbedoeld gefascineerd raakte door een blanke gitarist die meespeelde en -zong en die ergens halverwege het concert zelfs een schitterende uitvoering van O.V. Wrights Eight Men, Four Women (Jury of Love) in zijn uppie verzorgde. De intensiteit waarmee hij dat deed maakte diepe indruk: ik hoorde een stem die de gordijnen deed scheuren en zag een overgave die geaccentueerd werd door rondslingerende zweetdruppels. Er bestond nog geen internet en ik moest mijn stinkende best doen om de naam van deze mistery guest te onthouden. Deze grote onbekende bleek John Hiatt te heten. Sindsdien ben ik hem blijven volgen. Met instemming zag ik dat hij een aantal jaren later doorbrak met het liedje Have a Little Faith in Me (1987). Daarna ging zijn carrière als een jojo op en neer, maar zijn naam was wel gevestigd.

Onlangs kwam Terms Of My Surrender uit, het 22e in een reeks van albums met constant goede muziek. Ik moet bij het luisteren ervan weer veel aan Ry Cooder denken; sommige liedjes zouden net zo goed door Cooder uitgevoerd kunnen zijn. Maar ook Randy Newman en Warren Zevon - op bijvoorbeeld Baby 's Gonna Kick, met een mooie harmonica die sneller klinkt dan de begeleiding een hoogtepunt op het album - zijn namen die op komen borrelen. Allen zijn stuk voor stuk uitstekende liedjesschrijvers die over een flinke dosis ironie en (zelf)spot beschikken. Met Ry Cooder heeft Hiatt nog eens extra de liefde voor de gitaar gemeen. Want ook Terms Of My Surrender is weer een mooie gitaarplaat. Niet als bijvoorbeeld Perfectly Good Guitar (1993), waarop het elektrisch gitaargeweld als voetzoekers uit de speakers schieten. Hier klinkt alles veel ingetogener; het is voornamelijk een akoestisch album, waarbij de gitaren regelmatig bijgestaan worden door een banjo of een mandoline. Doug Lancio, die het album produceerde, plukt een aardig partijtje mee en waarschijnlijk is hij verantwoordelijk voor het pedalsteelgeluid dat zachtjes klinkt als een strelende hand op het recht-toe-recht-aan liefdesliedje Marlene. De vele bijna onopvallende muzikale gebeurtenissen op het album zorgen er stiekem voor dat het album sterker is dan het op het eerste gehoor lijkt.

Het tempo is laag en Hiatts stem klinkt zo berustend dat de liedjes ongemerkt voorbij lijken te gaan. De achtergrondzang, die een klein vermoeden van gospel veroorzaakt, wiegt je daarbij in slaap. Je moet het nog een keer draaien om te luisteren wat je allemaal hebt gemist. Er zijn zwaardere straffen denkbaar.