Ernst Jansz in het Rietveld Theater, Delft 13 maart 2015


Foto's: Arthur Winailan

Popconcert? Nee, daar was geen sprake van in het knusse Rietveld Theater te Delft, waar Ernst Jansz zijn optreden verzorgde. Daarvoor ontbraken de muzikanten met elektrisch versterkte instrumenten. Maar het was - het andere uiterste - ook geen optreden met Indische liedjes waar naar tempo-dulu snakkende Indische mensen op af kwamen die de (gratis!) CD kenden die je krijgt bij de heruitgave van zijn debuutroman Gideons Droom. Want voor zo’n optreden heeft hij toch echt de steun nodig van maatjes die een krontjong-geluid kunnen produceren, zoals Guus Paat op gitaren en Aili Deiwiks op viool. Die waren er niet. En eigenlijk was het ook niet een solo-optreden van een muzikant die in zjin eentje zijn liedjes vertolkt voor een publiek dat hem beter wil leren kennen dan alleen maar van die Doe Maar-periode. Daarvoor was de aankleding van het podium en de presentatie door Ernst te huiselijk. Want er stond naast een piano, een gitaar en een tafeltje ook een dia-projector op het toneel dat foto’s projecteerde op zo’n scherm dat we kennen van de filmavondjes in de familiesfeer toen we nog klein waren.

Die foto’s kwamen uit zijn eigen familiealbum, enkelen waren geplukt van internet. Ze illustreerden de liedjes die hij zong en de verhalen die hij er tussendoor vertelde. En ook de passages die hij voorlas. Want op het bijzettafeltje lag een drietal boeken waaruit hij fragmenten citeerde. Als hij de betreffende passages snel kon vinden althans. Want ook Ernst Jansz wordt ouder en kan niet meer alles zo goed onthouden als hij zelf zou willen, woorden schieten hem soms niet meer te binnen en daarnaast raakt hij ook nog harmonica’s kwijt of blaast hij er op volle kracht overheen. Daar stond hij dus in al zijn kwetsbaarheid. Hij maalde er niet om, ontspannen als hij was. Het publiek maalde er ook niet om. Die dingetjes benadrukten alleen maar wat wij allemaal zijn: mensen met goede bedoelingen naast onze tekortkominkjes. Ach, het gaat per slot van rekening om de dingen wij goed kunnen en waarmee wij anderen een dienst kunnen bewijzen. Ernst Jansz kan dat met liedjes schrijven en muziek maken. Aldus werd het een heel gezellige en knusse avond. Iedereen voelde zich senang.

Het programma bestond uit een deel voor de pauze (3 kwartier), met een overzicht van zijn eigen liedjes, de pauze zelf (1 kwartier) en een deel na de pauze (3 kwartier), met door hem vertaalde songs van Bob Dylan. Net als een voetbalwedstrijd dus. Maar dan wel een met een verlenging, bleek. Want Ernst Jansz kon wel uren doorgaan. Of er na de officiële speeltijd nog verlengd werd of penalties werden geschoten weten we niet, want we moesten echt die tram halen naar de laatste trein die ons dieper het land in zou brengen. Jammer, napraten en de grote meester een pilsje aanbieden kon niet meer.

De liedjes van Ernst Jansz zijn autobiografisch van aard maar eigenlijk ook weer niet. Want hij schrijft niet zozeer over zichzelf, hij verhaalt over zijn omgeving. Zijn Indische vader bijvoorbeeld en zijn Hollandse moeder, de eerste liefde van zijn vader in Nederlands-Indië die hij achter moest laten, de repatriëring, het huis in Amsterdam aan de Molenbeekstraat, de bands waarmee hij muziek maakte (CCC Inc. en Doe Maar), zijn kinderen Luna en Joch, zijn muziekvriend H. te A, die een rode draad vormt in zijn leven. Mooie verhalen en leuke anekdotes, doorgegeven aan het publiek met liefde voor al die naasten. Zoals hij over zijn moeder vertelde die van eenvoudige komaf was en zich boven haar milieu uit worstelde. Haar laatste jaren bracht zij dementerend in het bejaardenhuis door, een deprimerende omgeving met bewoners die niets meer konden en de dag doorbrachten met wachten op de volgende dag. Ernst nam dan gewoon zijn gitaar mee en zong voor haar de liedjes van vroeger. Het werkte, want hij zag de herkenning bij haar en zo werd toch maar even de sleur in zo’n tehuis doorbroken. Zo kreggen we een goed beeld van Ernst Jansz, want zijn omgeving, dat is hijzelf.

Kwetsbaar, dat ben je als je jezelf bloot geeft. Kwetsbaar stel je je op als je je privédingetjes deelt met een publiek, zingt en gitaar speelt en ook twee keer achter de piano plaats neemt (wat klonk dat mooi!). Ernst Jansz durfde zich kwetsbaar op te stellen omdat hij zelf ook wel weet dat hij net als iedereen een mens is met al zijn feilen. Hij ging tijdens het optreden gewoon even terug naar de kleedkamer om zijn mondharmonica’s te zoeken. Ja, Ernst Jansz is vooral een mens. Dat maakte deze avond zo mooi en van het theater de huiskamer waarin wij te gast waren.

www.ernstjansz.com