Calexico - Edge of the Sun

Album van de week


[City Slang]

Al een kwart eeuw lang is Calexico (Tucson, Arizona) een ijkpunt voor kwaliteit met muziekstijlen die uiteenlopen van folk via pop tot Tex-Mex. Met de regelmaat van de klok verschijnt er een nieuw album, waarbij het steeds onduidelijker wordt de hoeveelste het is. Want naast studio-albums zien ook veel live-albums, touralbums en soundtracks het licht. Zojuist is Edge of the Sun uitgekomen, het negende studio-album.

Edge of the Sun is weer een goed album geworden met muziek die vertrouwd in de oren klinkt. Je zou makkelijk kunnen beweren dat de band altijd dezelfde muziek maakt met terugkerende bestanddelen als de ritmegitaar en die melancholische stem van Joey Burns, de trompetten van Jacob Valenzuela en Martin Wenk, de steel guitar van Paul Niehaus en natuurlijk het achteloos lijkende drumwerk van John Convertino. Volker Zander bespeelt doorgaans de bas, maar de laatste tijd zien we de naam van Ryan Alfred bij dat instrument staan. Ze maken muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten, schurkend tegen Mexico aan, waarnaar de trompetten lonken. En met die pedal steel die hoewel op de achtergrond toch met wiegende geluiden erin slaagt de trompetten te ondersteunen in hun hunkering.

Ook terugkerend zijn die specifieke liedjes waarop de band patent lijkt te hebben, zoals Cumbia de Donde, een feestnummer met opzwepende ritmes en dansbare melodieën dat een typisch live nummer is met voldoende ruimte voor publieksparticipatie. En Coyoacán, dat op dit album het instrumentaaltje van dienst is met veel akoestische, ritmische gitaarklanken en uitwaaierende elektrische gitaren. Coyoacán is een wijk in het historische centrum van Mexico Stad waar de groep zich - op aanraden van Mendoza(!) -tien dagen heeft teruggetrokken om inspiratie op te doen.

Toch kent elk album steeds nieuwe elementen, waardoor de groep interessant blijft om te volgen. De mannen bieden altijd op enkele nummers een podium aan relatief onbekende artiesten of verwante musici, waarover later meer. Van vastere waarde op dit album is echter Sergio Mendoza, die het album mede heeft geproduceerd. Mendoza speelt op diverse instrumenten, ook op keyboards. Bij het luisteren naar albumopener Falling from the Sky denk je dan ook dat je naar het synthesiezeralbum van Calexico gaat luisteren. Dat zou neerkomen op een ware revolutie, waarbij het de vraag is of het een verandering ten goede is. Maar die vraag speelt bij nader inzien toch niet. Op het eerste nummer klinken de keyboards vrolijk spelend in de oren en verder alleen op Moon Never Rises krijg je weer even die indruk. Het laatste is een ska-achtige song die qua sfeer aan Broken Bells doet denken.

Op het album laten enkele hier niet zo bekende zangeressen van zich horen. Gaby Moreno (op het melancholische Miles from the Sea en het voortdenderende Beneath the City of Dreams) is een zangeres uit Guatemala en Carla Morrison (Moon Never Rises) komt uit Mexico. Pieta Brown, die kennen we al langer, is te horen op When the Angels Play. Ook toont Amparo Sanchez zich weer en wel op het eerder genoemde Cumbia de Donde (een cumbia is een Colombiaanse dans).

Deze dames zijn niet de enige gastartiesten op dit album. Ook een stoet aan verwante zangers komt voorbij, waarmee Edge of the Sun een heel sociaal samenspeelalbum is geworden. Een album dat bovendien een ereplaats verdient tussen de albums die dit jaar zijn uitgekomen.