Sam Baker hoogtepunt van een geslaagd Ramblin’ Roots festival


Foto's: Arthur Winailan

Acht acts zien in negen uur tijd en dan nog het gevoel hebben dat je artiesten hebt moeten mislopen, dan kun je spreken van een goede line-up van de tweede editie van het Ramblin’Roots festival. Ramblin' Roots is een nieuw Nederlands festival dat “zoekt naar een spannende mix van vlammende blues, intense soul, rauwe roots, alternative country en ronkende americana”. De locatie was eveneens perfect. TivoliVredenbrug is een hypermodern muziekcentrum met werkelijk waar in alle zalen een uitstekende akoestiek. Dat merkte Stephen Frearing verrast op toen hij alleen nog maar zijn gitaar aan het stemmen was. En er was geen gedoe met muntjes als je een biertje of een broodje wilt kopen.


Beans&Fatback beten de spits af in de Grote Zaal, het voormalige Muziekcentrum Vredenburg. Een buitenkansje voor deze Amsterdamse band op wie de woorden “ronkende americana” het meest van toepassing is. Want ronken deden ze met hun sound die je doet denken aan een oude, lekkende dieselmotor. Maar dan wel een in een oerdegelijke truck als een Magirus-Deutz of een Scania-Vabis. Met als grote koplampen twee vuige gitaristen, waarvan de een nog vetter speelde dan de ander. Twee drummers zorgden voor een continue beweging van de ratelende kleppen. Hun muziek klonk ongewoon waardoor je verrast raakte als je een nummer hoorde dat even op een gewoon liedje lijkt. Maar toch wist de band ergens in zo’n song een ontsporing aan te brengen. Muziek vol energie, dynamiek, pit en oliesmeer. Een prachtig begin!


Stephen Fearing is een Canadese routinier. Met zijn diepe, warme stem en melodieus gitaarspel hield hij de toeschouwers in zijn greep. Een goede verteller ook, want hij wist het publiek te boeien met anekdotes die aanzetten tot een glimlach of een overpeinzing. Bijvoorbeeld zijn hilarisch relaas over een huiskamerconcert dat hij onlangs gaf in Engeland toonde haarscherp het decor van zo’n optreden vanuit muzikantenperspectief. Die humor en spot kwamen terug in zijn liedjes. In zijn eentje slaagde hij erin om een vol geluid te produceren. De goede akoestiek in Cloud 9 droeg daaraan ongetwijfeld bij.


Het kwartet van Alberto Castiglia in Pandora, een zaal die het meest doet denken aan het voormalige Tivoli aan de Oudegracht, bracht de bezoekers weer terug naar naar een ruig geluid. De mengeling van blues en rock met twee prominente gitaristen daagde uit tot een vergelijking met Beans&Fatback. De conclusie is dat dit kwartet de muzikale ruigheid heel netjes brengt en dat ze net binnen de grenzen van betamelijkheid opereren. Dat laatste geldt natuurlijk ook voor Beans& Fatback, maar hun neiging naar anarchisme is onmiskenbaar.


Jimmy LaFave was de tweede act in de Grote Zaal. Gastheer Jan Donkers memoreerde bij zijn introductie dat Lafave in het prille begin van zijn carrière in de vpro-studio nog moest spelen op een geleende gitaar. Twintig jaar later is Jimmy Lafave een muzikant waar niemand omheen kan. Hij beschikt over een geweldige stem, de zoveelste mooiste stem uit de popmuziek, en weet zich terecht omringd door de beste spelers. Hoofdrollen waren weggelegd voor gitarist John Inmon en toetsenist en accordeonist Radoslav Lorkovic. Beiden kregen volop de gelegenheid om te soleren. Dat tekent LaFave. Hij is een icoon die bescheiden blijft en anderen het podium gunt. Het optreden was perfect, maar ook wel voorspelbaar. Desondanks vonden vele bezoekers zijn optreden het hoogtepunt van het festival.


De volgende act in de Grote Zaal was het trio van Sonny Landreth. Ondersteund door een bassist en een drummer speelde hij op zijn slide guitar een set die niet overtuigde. Landreth behoort op zijn instrument tot de wereldtop, maar het trio bleef in muzikaal opzicht achter bij ander trio’s met een dergelijke bezetting. Het concert boeide jammer genoeg niet.


Daardoor was er ineens gelegenheid om Sam Baker, die anders tussen wal en schip zou geraken, in Cloud 9 te bezoeken. Dank u wel, Sonny Landreth. Want zo werden we ongepland getuige van - voor mij - het hoogtepunt van het festival. Zelf had ik eerder terloops muziek van Sam Baker gehoord zonder dat het beklijfde. Een optreden blijkt dan toch wel andere koek te zijn. Daar stond dan de man die in 1986 nog maar net een bomaanslag had overleefd. Dat hij daardoor anders in het leven staat werd duidelijk tijdens zijn optreden.
Zijn liedjes blijken verstopte emoties te bevatten die met een optreden manifest worden. Ze komen uit het hart maar zijn zeker niet melodramatisch. Het was grappig om te bemerken dat het meezingliedjes kunnen zijn. Wat dat betreft kreeg hij ook geweldige steun van Carrie Elkin, die met haar gitaar en gevoelige stem de schoonheid bracht in het sobere spel van Sam Baker. Elkin heeft zelf ook enkele albums op haar naam staan, waaraan Sam Baker soms ook heeft bijgedragen. Ze kennen elkaar dus en mede daardoor bleken ze met hun gezamenlijk optreden een uiterst geslaagde combinatie te vormen.
Er hing een betoverende sfeer in de zaal. De liedjes lijken simpel, maar bevatten de essentie van het leven. Ze ontroeren in hun eerlijkheid. Ik meende een vrouw bij het podium in tranen te zien. Het optreden was dan ook ontroerend en toverachtig mooi.


Dat gold ook in enige mate voor Gretchen Peters, die zich liet begeleiden door Barry Walsh op piano en accordeon en Connor McCreanor op bas. In een bijna geheel unplugged optreden liet ze horen dat ze de titel queen of songwriting verdient. In een tijdsbestek van enkele minuten weet Peters een volledig verhaal te vertellen dat meestal (tragische) familietaferelen of (klein) menselijk leed betreft. Het is echt niet allemaal in majeur wat we te horen kregen. Ze vertelde dat haar vrienden na het uitbrengen van Blackbirds (2015) haar vroegen of het wel goed met haar ging. Ze antwoordde dat ze de muziek nodig had om van haar leed verlost te raken en de optredens om het over te kunnen brengen op het publiek, waarna ze dubbelzinnig vroeg “and how do you feel?”. Een levensverhaal samenvatten in een liedje, dat kan ze als de beste. Barry Walsh was haar muzikaal leider. Hij gaf vooral op de accordeon haar liedjes extra glans.


Joe Louis Walker was de laatste act in Pandora. Met zijn swingende blues zorgde deze bluesveteraan voor een veilige afsluiting van een geslaagd Ramblin’Roots festival.