Ben Watt- Fever Dream


Unmade Road

Ben Watt (1962) lijkt er zin in te krijgen. Twee jaar na Hendra (2014) verschijnt alweer zijn derde soloalbum. Tussen Hendra en het debuutalbum North Marine Drive (1983) lag nog 31 jaar; er zijn popartiesten die zo’n leeftijd niet eens halen. Met dit tempo moet volgende week wel zijn vierde album uitkomen.

Fever Dream is alweer een goede productie, net als de vorige keer toen Ben Watt ons verraste met Hendra, dat tijdens de AIM Independent Music Awards werd gelauwerd met de titel ‘Best 'Difficult' Second Album’. Dat album kende dan ook alleen maar goede liedjes met een paar die er zelfs bovenuit staken. Zoiets is nu niet het geval. Alle songs hebben zo’n beetje hetzelfde (hoge) niveau zonder uitschieters, maar ik sluit de mogelijkheid niet uit dat er toch nog een pareltje tussen het tiental verborgen ligt. De tijd zal het leren.

Het album luistert goed weg, Ben Watt heeft een aangename stem en de muziek is verre van een aanslag op het gehoororgaan. Als je niet in de gelegenheid bent om goed te luisteren kun je het album altijd nog op de achtergrond draaien. Ook deze keer is Bernard Butler, die we kennen van Suede, van de partij. Met zijn gitaar bepaalt hij voor een groot deel de klank van het album. Hij is weer lekker bezig op zijn gitaar die hij vaak schor laat klinken en die hij soundscapes en tegendraadse melodieën laat produceren. De ritmesectie is goed op de achtergrond bezig. Martin Ditcham (drums) en Rex Horan (bas) cijferen zich weg voor het hogere doel maar kunnen daarbij hun vakmanschap niet verhullen. Op het laatste nummer neuriet Marissa Nadler zich in de schijnwerper.

Er zijn liedjes die de sfeer van Everything But The Girl met zich meedragen, zoals Fever Dream, waarbij je elk moment de stem van Tracey Thorn verwacht. Eigenlijk is dat bij wel meer nummers het geval. Het album Fever Dream ligt het dichtst bij de beste nummers van Everything But The Girl.

Tien goede songs, 43 minuten aan prachtige muziek. Zo willen we het!