Blue Grass Boogiemen - In the Pines


Excelsior Recordings

Vorig jaar speelden de Blue Grass Boogiemen tijdens het NK wielerquiz in een zaal van TivoliVredenburg. Ik hoorde ze toen voor het eerst en vond de setting een beetje vreemd, want bluegrassmuziek breng ik eerder in verband met cowboys dan met wielrennen, hoewel er best coureurs zijn die zich op de fiets als cowboys gedragen. Blaudzun had natuurlijk op dat podium moeten staan in plaats van dat kwartet mannen dat stond te plukken en trekken aan hun instrumenten. Ik had er geen oren voor, want ik moest mij focussen op de wedstrijd. Het was voor mij dus muziek op een verkeerd moment. Maar zeker geen verkeerde muziek.

In de zestiger jaren vond ik in de uitverkoop bij V&D de LP Back Porch Blue Grass van The Dillards. Ik genoot in die jaren al volop van de snelheid en de klaterklanken van banjo en mandoline op het prachtige album The Fantastic Expedition of Dillard & Clark van Doug Dillard & Gene Clark, mijn eerste kennismaking met bluegrass. Back Porch Blue Grass was dat alles in het kwadraat. In 1972 gebruikte John Boorman nog Dueling Banjos van dat album voor zijn film Deliverance (1972), waarmee hij de zeggingskracht van deze instrumenten fijntjes aantoonde. Daarna raakte ik het spoor van bluegrassmuziek bijster.

Zo’n 25 jaar geleden, ontstond de Nederlandse formatie Blue Grass Boogiemen. Ze bouwden achter mijn rug om gestaag aan een solide reputatie in dit genre. Om het 25-jarig jubileum te vieren brachten ze onlangs het album Grassified uit met op elk nummer een bijdrage in een bluegrassjasje van een gastmuzikant. Een interessant album is dat geworden, met leuke input van uiteenlopende artiesten als Freek de Jonge, Roos Rebergen, Blaudzun etc. Vooral de bijdrage van Maurits Westerik (Bewilder) mag er zijn!

Maar ook verscheen dit jaar het mini-album In the Pines met zes murder ballads. Beter gezegd: er verscheen een boek met als titel In the Pines bevattende vijf verhalen geschreven en getekend door Erik Kriek naar aanleiding van songs in de categorie murder ballads met daarbij toegevoegd het CD’tje. Vijf stripverhalen dus, alleen het titelnummer van het mini-album ontbreekt als verhaal. Erik Kriek verraste mij eerder al met werk dat teruggrijpt naar de muziek van de zestiger jaren, ook al is hij zich dat mogelijk niet bewust. Want in 2012 verscheen zijn Het onzienbare, een bundel stripbewerkingen naar verhalen van H.P. Lovecraft. H.P. Lovecraft kende ik als band uit de zestiger jaren, een band die zijn naam ontleende aan deze Amerikaanse auteur van horror- en fantasy-verhalen die Erik Kriek dus gestriptekend heeft. Zowel de muziek als de verhalen koesterde ik al lange tijd. Daar kwam toen dat mooie boek van Erik Kriek nog eens bij.

Dat geldt nu ook weer voor In the Pines. Erik Kriek begint echt een van mijn helden te worden. De striptekenenaar neemt verrassend op het mini-album drie zangpartijen voor zijn rekening en doet dat zeker niet voor spek en bonen. Ook speelt hij gitaar op openingsnummer Taneytown, geschreven door Steve Earle. Sophie ter Schure staat Erik Kriek bij in het duet Where the Wild Roses Grow (Nick Cave). We horen op dit albumpje werkelijk waar prachtige uitvoeringen van zes murder ballads door de Blue Grass Boogiemen met Erik Kriek. Murder ballads die bovendien nog eens op een eigen wijze manier geïllustreerd worden door Erik Kriek.

Boek en album vormen tezamen een waardevol collector’s item! En de Blue Grass Boogiemen mogen wat mij betreft nog minstens een kwart eeuw doorgaan.