Eerste Holland International Blues Festival te Grolloo, 3 en 4 juni


Foto's: Arthur Winailan

Twee dagen stond Grolloo in het middelpunt van belangstelling. Dit dorp waar ongeveer 700 mensen wonen werd vrijdag en zaterdag overspoeld door ongeveer 19.000 bezoekers uit binnen- en buitenland die allemaal getuige waren van het eerste door Johan Derksen (en Jan Lagendijk en Gregory Elias) georganiseerde Holland International Blues Festival.

Festivals, een overgewaaide trend uit Engeland, zijn ook in Nederland een begrip geworden. Het valt meteen op als we vrijdagmiddag - midden in de dorpskern - het terrein opwandelen: wat hier gebeurt, is uniek. De bezoekers kunnen aanschuiven bij de vele duurzame eet- en drankkraampjes of binnen in de tent genieten van het repertoire van Cuby + Blizzards dat als achtergrondmuziek wordt gebruikt.

Normaliter worden verschillende muziekstijlen ten gehore gebracht, maar hier komen de mensen alleen maar om naar BLUES te luisteren. Het festival kent een sterke bezetting van gerenommeerde namen uit Amerika (Tedeschi Trucks Band, Ana Popovic, Robert Randolph & His Family Band, Supersonic Blues Machine, Beth Hart, JJ Grey & Mofro en als hoogtepunt van het festival Bonnie Raitt) en uit Engeland Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Het festival is een eerbetoon aan Hary Muskee, die vijf jaar geleden in de zomer overleed. Harry Muskee is een verhaal apart, maar er zijn meer Nederlandse bluesgroepen, zoals King Of The World, Ralph de Jong, Barrelhouse, die niet zouden hebben misstaan op dit festival. Volgend jaar hoort er toch zeker ook een Nederlandse band te staan.

Dag 1


Om half acht gaat het festival dan echt van start. Anna Popovic krijgt de eer om als eerste band op te treden. Een fantastische bluesgitariste, die haar opleiding genoot aan het conservatorium in Utrecht. Er wordt veel materiaal gespeeld van haar laaste album Trilogy, een driedubbelabum, waarin ze alle mogelijke richtingen – blues, funk & jazz – exploreert gesteund door diverse gastartiesten. Ana speelt een strakke set met overtuigende bluesstem ondersteund door snelle gitaarsoli, maar de nummers zelf - hier wreekt misschien ook de afwezigheid van de diverse gastartiesten die op Trilogy mee doen – klinken enigszins eenvormig, waardoor de muziek gaandeweg het optreden steeds eentoniger overkomt.

[YouTube-filmpje van Digitaal NDC mediagroep]


Nummer 2 is Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Een twintigkoppige gezelschap dat alle stijlen beheerste en ook speelt: swing, rockabilly, rhythm & blues, rock & roll, jazz, ga zo maar door, waarbij Jools aantoont een begaafd pianist te zijn. Halverwege de set schakelt men over naar vrolijke reggae met oud-Selecterleden Pauline Black en Arthur ‘Gaps’ Hendrickson. Pas echt goed wordt dit optreden als Ruby Turner ten tonele verschijnt. Wat een scheur heeft dat mens. Ze tilt het concert naar grote hoogten.

[YouTube-filmpje van Walter Wouters]

Voorafgaand aan de slotact herdenkt Johan Derksen Harry Muskee. Op het toneel verschijnen Herman Deinum, Hans la Faille, Erwin Java en spreekt Harry’s vrouw Douwina een dankwoord uit aan de organisatie en het publiek. Wel jammer was de opmerking van Johan Derksen dat nadat Erwin Java de rol van Eelco Gelling overnam en van The Blizzards er de nodige scepsis was, nooit meer iemand naar Eelco vroeg nadat ze Erwin Java hadden horen spelen. Hoe goed Erwin ook is – een fantastisch gitarist – Eelco heeft hij niet doen vergeten, al was het maar dat hun stijl van spelen zo verschillend is dat ze moeilijk met elkaar te vergelijken vallen.

[YouTube-filmpje van Jan Wassink]


Slotact van de avond is het optreden van Beth Hart. Vanaf de eerste tonen gooit ze er alle energie in. Een duidelijk gevalletje van ADHD hoor ik overal om mij heen. Ze heeft even een aanloop nodig, maar als ze Leave The Light On in zet, steelt ze alle harten van het publiek. Regelmatig zullen nu bij haar de tranen vloeien. De slechte periodes in haar leven staan nog kersvers in het geheugen. Dankbaar reageert zij ook naar het publiek. Ze is niet vergeten dat eerder dan waar ook het Nederlandse publiek haar muziek op waarde schatte. Mooi is ook My California dat refereert aan een verzoening met de plek waar zij opgroeide en aanvankelijk nooit meer naar terug wilde keren. Kortom een emotievol concert en een waardige afsluiter van de dag.

[YouTube-filmpje van Ger Brouwer]

Dag 2


Robert Randolph & the Family Band is de openingsact. Robert Randolph, die een meester is op de steelguitar, opent aanvankelijk sterk. Mis gaat het bij de ballad die Sister Lenesha daarna ten gehore brengt. Het geluid is te zacht. Bovendien is Lenesha nauwelijks te bekennen. Ze staat ergens verstopt achterin alsof ze er niet toe doet. Het komt zachtjes gezegd zeer merkwaardig over. Robert gaat daarna in de overdrive. De muziek wordt steeds harder en ruiger, waarbij een onontwarbare geluidsbrij wordt gecreëerd die de muziek totaal doodslaat. Tot slot vindt Robert het ook nog nodig te laten zien dat hij een multi-instrumentalist is door eerst te ruilen met zijn bassist, daarna met zijn drummer, etc. Een ruïneus besluit, het haalt alle vaart uit het concert. Aan een toegift heeft uiteraard niemand behoefte. Jammer om te zien (en te horen) dat een optreden zo volledig ten gronde kan worden gericht door de egotripperij van een ijdele dwaas.


Gelukkig kan iedereen weer een beetje op adem komen met JJ Grey & Mofro, die blues met rock en soul afwisselen. De groep speelt een zodanig sterke set dat je na afloop het gevoel hebt dat het optreden veel en veel te kort was. Wat een stem heeft die JJ Grey ook. Vooral in het prachtige soulvolle The Sun Is Shining Down komt die stem tot zijn recht.

[YouTube-filmpje van Walter Wouters]


De derde act - als invaller voor Jimmy Vaughan – de Supersonic Blues Machine versterkt met Walter Trout, Robben Ford en Billy Gibbons. De groep heeft helaas veel tijd nodig voor de soundcheck met helaas een negatief resultaat. Waar het geluid tot nu toe perfect was, is het geluid nu veel te hard, waardoor vaak de nuance ontbreekt. Walter Trout zet een perfecte set neer. Zijn optreden had van mij wel wat langer gemogen. Daarna is het de beurt aan Robben Ford, een geweldige gitarist met helaas een gebrek aan echte performance. Ten slotte is het de beurt aan Billy Gibbons, die de grote hits van ZZ Top speelt en een waar feestje creëert. Als gitarist valt hij echter door de mand, hij heeft toch wel weinig in huis.

[YouTube-filmpje van Fred Gossiaux]


Vervolgens is het de beurt aan de Tedeschi Trucks Band. Met het toetreden van Susan Tedeschi tot de Derek Trucks Band is een ijzersterke formatie ontstaan die prachtige bluesgitaarsoli combineert met de soulvolle stem van Susan. En dat gecombineerd met een ijzersterke ritmesectie – twee drummers – een organist en blazers. De band opent met The Letter (van The Boxtops) in de beste tradities van Delaney & Bonnie (met in hun kielzog Joe Cocker’s Mad Dogs & Englishmen) en speelt een ijzersterke set, het publiek ligt aan hun voeten. Eigen repertoire wordt afgewisseld met covers van o.a. Bobby Bland I Pity The Fool.

[YouTube-filmpje van moggio666]

Tot slot de hoofdact Bonnie Raitt. Hoe zeer de Tedeschi Trucks Band al een hoofdact zijn, Bonnie laat onmiddellijk horen dat zij een terechte keuze is als afsluiter. Zo ielig en fragiel als ze overkomt zo sterk als een huis is haar performance. Hoe mooi Derek Trucks ook de slidegitaar bespeelde, zo gemakkelijk speelt Bonnie hem eruit. Ook Mike Finnegan mag een hoofdrol spelen met een eerbetoon aan B.B. King.

Na een ijzersterke set volgen een paar toegiften, waarbij Bonnie Derek Trucks en Susan Tedeschi mee het podium ophaalt. Met Susan zingt zij het prachtige Angel From Montgomery van John Prine. Nog twee toegiften, waaronder opnieuw een eerbetoon aan B.B. King Never Make A Move To Soon’, volgen en dan is het helaas afgelopen.

[YouTube-filmpje van Erwin C. Karst]

Volgend jaar staat het vervolg al gepland, maar dan nu met een tent voor 15.000 mensen. Ook kondigde Johan Derksen aan nog zeker 5 jaar door te gaan.

Harry Erents en Arthur Winailan