Doug Dillard

Doug en zijn jongere broer Rodney beginnen hun carriere in de eigen familieband, waarin vader Homer de fiddle bespeelt, moeder Lorene de gitaar en de oudste broer Earl de keyboards. Doug begint op zijn vijfde met gitaar spelen en op zijn vijftiende met de banjo. Zijn grote voorbeeld daarin is Earl Scruggs. Hij schrijft hem een brief of 16 jaar niet te jong is om banjo te leren spelen en krijgt zijn ouders zelfs zo gek om honderden kilometers naar het huis van Earl te rijden om hem te bezoeken en zijn stemapparatuur op zijn banjo te installeren.
Doug speelt met Rodney van 1956 tot en met 1959 bij de Ozark Mountain Boys en ook bij de Hawthorn Brothers Als zodanig is hij regelmatig op de radio te horen.
Begin jaren 60 richten Doug en Rodney een eigen groep The Dillards op, waarvan ook Mitch Jayne, een vriend van de familie, en Dean Webb deel uitmaken. In 1962 spelen zij hun eerste concert op de Washingtion University van St. Louis. Dit concert wordt bewaard en in 1999 op cd uitgebracht.
In 1963 brengen zij op het Elektra label het mooie 'Back Porch Bluegrass' uit. In 1964 gevolgd door het minder interessante, te veel geklets, 'Live...Almost!. Op verzoek van producer Jim Dickson nemen ze met Glen Campbell en Tut Taylor twee albums op als The Folkswingers en doen zijn ook mee aan het projectalbum 'Early L.A., Vol. 4 ', waaraan ook de vroege Byrds en Canned Heat deel nemen. Samen met fiddlespeler Byron Berline brengen ze in 1965 'Pickin' And Fiddlin' uit. De groep is Elektra zat, die hen te veel vast pint aan een bepaalde stijl, terwijl de groep juist sterk de drang heeft zich te vernieuwen.
The Dillards nemen een paar singles op voor Capitol, maar dan verlaat Doug de groep om met The Byrds op hun eerste Europese tournee mee te gaan. Van hun concert in Rome zendt de VPRO een aantal opnames uit, die nog altijd op internet rondzwerven. The Byrds bestaan dan uit Gram Parsons, Chris Hillman, Roger McGuinn en Kevin Kelley.
Na de tournee vormt hij samen met Gene Clark de band The Dillard & Clark Expedition, waarvan ook Bernie Leadon, Jon Corneal, Don Beck en David Jackson deel uitmaken. In 1968 wordt de klassieker 'The Fantastic Expedition of Dillard & Clark' uitgebracht en een jaar later, na een aantal personeels-wisselingen het weliswaar mindere, maar nog altijd mooie album 'Through The Morning, Through The Night'.
In 1969 brengt Doug met behulp van Don Parmley, David Lindley en Byron Berline 'The Banjo Album' uit. Met daarop, zonder vermelding, ook bijdragen van Gene Clark, John Hartford, Andy Belling en Don Beck.
In 1973 verschijnt het soloalbum 'You Don't Need A Reason To Sing' en een jaar later 'Dueling Banjos'. Doug is ook te horen in allerlei reclames (7-Up, Kentucky Fried Chicken, Chevrolet, VISA) en verschijnt ook regelmatig op tv (Misc Country USA, The Dean Martin Show).
In de tweede helft van de jaren 70 verschijnen twee albums met zijn broer Rodney en John Hartford onder de naam Dillard-Hartford-Dillard.
In 1979 verschijnen twee banjo albums en in 1988 onder de naam The Doug Dillard Band 'Hearrtbreak Hotel' dat genomineerd wordt voor een Grammy, waarna nog een tweede album 'What's That' verschijnt.
Doug en broer Rodney zijn ook te zien in de film 'The Rose' met Betty Midler als muzikanten van de band van Harry Dean Stanton.

Het aantal bijdragen van Doug Dillard als sessiemuzikant is te veel om op te noemen.

6 3 37 - 16 5 12