Broken Bells - After The Disco, ****

Best wel een heel goed album!


Columbia Records

Dat After The Disco een goed album is, dat wordt pas duidelijk na enkele draaibeurten. Je moet er dus wel een beetje moeite voor doen, met het vermoeden dat het tweede album van Broken Bells meer moet betekenen dan alleen maar een elftal leuke deuntjes te zijn. Want na de eerste keer luisteren krab je je toch wel even achter de oren en blijf je zitten met de vraag: heb ik hier nu zo lang op zitten wachten? De goede herinnering aan het eerste album is er immers. Maar bij nader inzien blijkt die goede herinnering toch vooral te berusten op enkele geweldig goede liedjes daarop als The High Road en The Ghost Inside. Met het verglijden der tijd vergeet je echter dat er ook songs op het debuutalbuum staan die er aanzienlijk minder toe doen. Dat is bij dit nieuwe album nou net even anders. Daarop zijn ze alle elf goed! Maar het heeft dus wel tijd nodig om achter de makkelijk in het gehoor klinkende liedjes de kwaliteit te ontdekken.

After The Disco is een aaneenschakeling van goede popsongs en is daarmee een toegankelijk album: leuk om te horen, geschikt om mee te fluiten en swingend dansbaar. Na de constatering dat echte hoogtepunten ontbreken, evenals dieptepunten, kun je niet anders dan de conclusie trekken dat alle nummers op elk een eigen manier op een stevig fundament staan. Daardoor is het een album dat je gemakkelijk even opzet en wederom en nog een keer tot je eindelijk gebruik maakt van de repeat-knop. En dan dienen geleidelijk zich toch enkele nummers aan die je hoogtepuntjes zou kunnen noemen. Bij elke volgende draaibeurt zijn dat weer andere. Zo blijkt Afther The Disco toch een ijzersterk album te zijn!

Het draait bij Broken Bells vooral om de melodie: de melodieuze zangpartijen en de dartele muzikale begeleiding. Je hoort melodielijntjes komen en gaan die terwijl ze er zijn veel plezier bezorgen. James Mercer (The Shins) is natuurlijk een alom geprezen zanger met een beetje gruiskorreltjes in de keel en een lichte voorkeur voor de hogere registers met af en toe een uitstapje naar de kopstem. Brian Burton aka Danger mouse is de vakman achter de knoppen en op de toetsen, de man van de techniek, die tevens verantwoordelijk is voor de tweede stem met al zijn toetseninstrumenten. Want elk liedje kent wel een vocaal rustmoment waarop het orgel of de synthesizer de melodielijn overneemt of gewoon - hij verzint ze echt ter plekke - een nieuwe bedenkt. Dit gebeurt keer op keer zo achteloos en vanzelfsprekend dat je denkt dat het helemaal geen verdienste is. Ja ja, dat zal wel! In de eenvoud toont zich hier toch maar de meester! Onwillekeurig moet ik denken aan de liedjes van Abba die zo goed in het gehoor liggen dat je niet denkt aan de uren van bloed, zweet en tranen die eraan vooraf gingen in de studio.

Een voorbeeld op dit album is Control, het zesde nummer. Luister eens naar hoe de instrumenten de coupletten overnemen en hoor hoe de zang surft op de golvende keyboardklanken. Hoe geraffineerd swingend 'You got to give it up' eruit komt enhoe daarop aansluitend de meezingende 'blazers' klinken. En dit gebeurt allemaal rondom het eenvoudige refrein:
Well you gotta
Give it up
Give it up
Give it up
Oooh oh oh (3x)

Deze simpele tekst is hier natuurlijk geheel ondergeschikt aan de melodie en de zang, die zo heerlijk swingend klinkt.

De elf liedjes zijn gevarieerd genoeg om naar te luisteren en ernaar te blijven luisteren. Naast vlotte disco-achtige songs komen ook romantische, melancholische en optimistische liedjes voorbij. Luister ook eens naar die lekkere bastonen alom, waar Brian Burton ook al verantwoordelijk voor is.

Om het bovenstaande kort samen te vatten kun je hieronder kijken en luisteren naar een video van The Changing Lights en zien wat voor 'vervreemdend effect' deze muziek heeft op mensen...