Fontella Bass

Fontella stierf aan een hartaanval op 26 december op 72-jarige leeftijd (geb. 3 juli 1940). Zij was de dochter van gospelzangeres Martha Bass. Ze begon haar carrière als pianiste bij Leon Claxton en Little Milton. Haar carrière als zangeres begon bij The Oliver Sain Soul Revue, waarin zij zong samen met Bobby McClure. In die periode nam zij ook enkele singles op met Ike Turner als producer. Niet lang daarna trouwde zij met jazztrompettist Lester Bowie. Met Bobby McClure vormde zij later een duo met wie zij diverse hits had. De meest succesvolle was 'Don't Mess Up A Good Thing', geschreven door Oliver Sain dat een 5e plaats behaalde in de R&B Charts en een 33e in de Pop Charts. In 1979 werd dit nummer gecoverd door Ry Cooder met Chaka Kahn als zangeres.
In 1965 nam zij 'Rescue Me' op dat gaandeweg in de studio ontstond en waaraan Fontella ook zelf een bijdrage leverde aan de tekst. Op het nummer hoor je drummer Maurice White, die later Earth, Wind & Fire zou oprichten, bassist Louis Satterfield, saxofonist Gene Barge en een jonge Minnie Ripperton als één van achtergrondzangeressen. Het nummer was een gigantisch succes en er werden meer dan een miljoen platen van verkocht. Fontella was echter ernstig teleurgesteld over wat zij er zelf financieel aan overhield. Ondanks herhaalde pogingen kreeg zij aanvankelijk geen credits voor haar bijdrage aan de tekst van het nummer (Dit lukte pas in 1993 na een proces met American Expres dat 'Rescue Me' in een reclamespotje gebruikte zonder enige credit aan wie dan ook te betalen).
Opvolgers deden weinig en Fontella verliet teleurgesteld de 'commerciële' muziekindustrie. In 1969 vertrok zij met haar echtgenoot Lester Bowie naar Parijs. Daar nam zij met The Art Ensemble of Chicago twee albums op: 'The Art Ensemble of Chicago with Fontella Bass' en 'Les Stances A Sophie', een soundtrack van de film met dezelfde titel. Een nummer daarvan 'Theme De Yo Yo' werd een underground classic.
Nadat een tweede soloalbum in 1972 commercieel volledig flopte stopte zij met muziek maken, op een paar vocale bijdragen op platen van haar echtgenoot na, en wijdde zich volledig aan de opvoeding van haar 4 kinderen.
Pas in 1990 nam zij een nieuw album, een gospelalbum, op met haar moeder en broer David Peaston. In 2001 beleefde zij een soort revival dat resulteerde in een aantal vocale bijdragen aan de Cinematic Orchestra: op het album 'Every Day'(2002) en 'Ma Fleur'(2007).