Kim Fowley

Zanger, muzikant, manager en platenproducer. Cultfiguur, die met recht één van de kleurrijkste figuren uit de popmuziek kan worden genoemd.

Net van High School wordt hij in 1957 manager van de groep The Sleepwalkers met niet minder dan Phil Spector, Sandy Nelson en Bruce Johnston in de gelederen. Na zijn militaire dienst gaat hij werken voor zowel Alan Freed als Berry Gordy. Zijn eerste plaatopname als producer maakt hij in 1959 met The Renegades, een groep bestaande uit Bruce Johnston, Sandy Nelson, Nik Venet en Richard Podolor. In diezelfde tijd doet hij promotiewerk voor het duo Skip & Flip (Skip Battin & Gary Paxton), waaronder hun single Cherry Pie, dat een 11e plaats in de Billboard Top 100 scoort. In 1960 behaalt hij een 1e plaats met Alley Oop van The Hollywood Argyles (een gelegenheidsformatie met Gary Paxton als leadzanger en medeproducer, Kim Fowley zelf en als achtergrondzanger o.a. Dallas Frazier, die het nummer had geschreven).

In 1961 was hij medeproducer van het nummer Like, Long Hair, waarmee Paul Revere & The Raiders een 38e plaats behaalt. In het jaar daarop schrijft hij het nummer Nut Rocker, waarmee B. Bumble & The Stingers een nummer 1 hit scoren. En in hetzelfde jaar ontdekt hij The Rivingtons, die een hit scoren met Papa-Oom-Mow-Mow. In 1963 neemt hij met The Murmaids het nummer Popsicles and Icicles op - een nummer geschreven door David Gates, die we later tegenkomen als lid van de groep Bread - waarmee hij een 3e plaats behaalt.

Fowley vertoeft daarna enige tijd in Londen, waar hij werkt met P.J. Proby, The Hellions (een groep met Dave Mason en Jim Capaldi), de N'Betweens (die later Slade worden), The Lancasters (een groep rond Ritchie Blackmore), The Farinas (die hij herdoopt tot Family) en het album Them Belfast Gypsies (met oud-leden van Them) produceert met daarop de prachtige single Gloria's Dream. Ook is hij co-auteur van de b-kant - Portobello Road - van Cat Stevens' single I Love My Dog.

Terug in Amerika brengt hij diverse soloalbums uit, waarvan Outrageous in 1968 zijn succesvolste is. Ook schrijft hij de culthit The Trip en doet hij mee op Freak Out! van de Mothers of Invention.

In 1968 produceert hij ook het album van de groep St. John Green en in 1969 I'm Back & I'm Proud van Gene Vincent. Ook schrijft hij nummers met Skip Battin, die terug te vinden zijn op albums van The Byrds, en met Warren Zevon voor diens album Wanted Dead Or Alive.

In de jaren 70 neemt hij voor de film American Graffitti hij 3 nummers op met Flash Cadillac & The Continental Kids. Is mede-auteur van nummers voor KISS, Helen Reddy, Alice Cooper, Leon Russell en Kris Kristofferson. Ook neemt hij nummer op met Jonathan Richman & The Modern Lovers, die in 1981 worden uitgebracht als The Original Modern Lovers.

In 1974 probeert hij een band te vormen, die uit allemaal vrouwen bestaat. Op een advertentie reageert echter niemand, maar het jaar daarop ontmoet hij Joan Jett en later Sandy West met wie hij The Runaways vormt. Als tekstschrijver en producer is hij betrokken bij een paar albums, maar op de muziek zelf heeft hij weinig invloed, en in 1977 verbreken ze alle banden met hem.

In de jaren 80 gaat Fowley naar Australië, waar hij werkt met The Innocents, Candy en Steel Breeze. In 1986 ontdekt hij nog de groep Shanghai, maar de grote dagen zijn over.

In 2003 is hij te zien in de documentaire over Los Angeles dj Rodney Bingenheimer. In 2012 brengt hij het eerste deel van zijn autobiografie uit en in 2014 is hij nog te zien in een videoclip van Beyoncé (Haunted).

21 7 39 - 15 1 15