Bobby Womack

Soulzanger en songwriter.

Beginjaren 50 start Bobby met zijn broers The Womack Brothers en toeren zij, ondersteund door hun ouders op orgel en gitaar, in het gospelcircuit.
In 1954 menen zij de single Buffalo Bill op onder de naam Curtis Womack & The Womack Brothers. Sam Cooke ontdekt de groep - nog als lid van The Soul Stirrers - en wordt hun mentor. Als Sam later solo gaat en een eigen platenmaatschappij, SAR Records, begint biedt hij hen een platencontract aan en wijzigt hun naam in The Valentinos.
Hij produceert en arrangeert hun eerste single Lookin' For A Love, dat een 8e plaats behaalt in de R&B charts en een tournee met James Brown oplevert.
In 1964 brengen ze It's All Over Now uit, dat het veel minder doet, maar wel een - veel betere - coverversie oplevert van The Rolling Stones. Als Sam Cooke op 11 december 1964 wordt doodgeschoten wordt zowel de groep als SAR Records opgeheven.

Womack, die ook gitarist is in de begeleidingsgroep van Sam Cooke, legt het al snel aan met Cooke's weduwe. Drie maanden na de dood van Cooke trouwen ze, hetgeen leidt tot een storm van kritiek. In het nummer I'm In Love verdedigt hij zich hiertegen. Het nummer wordt overigens, evenals I'm A Midnight Mover, een hit voor Wilson Pickett. Vijf laar later scheiden ze al weer als blijkt dat Bobby een relatie heeft met haar dochter Linda Cooke (bekend van het latere duo Womack & Womack).

Vanaf 1967 werkt Bobby als sessiemuzikant voor Chips Momans American Studios. Hij speelt op nummers van Joe, Tex, The Box Tops en Aretha Franklin (in ieder geval op haar album Lady Soul, maar weer net niet niet op het bekende door Don Covay geschreven nummer Chain Of Fools).

In 1968 brengt hij zijn eerste soloalbum uit Fly Me To The Moon met daarop zijn eerste grote hit California Dreamin". Ook het titelnummer doet het goed. In 1969 schrijft hij samen met Gábor Szabó het nummer Breezin", dat later een hit voor George Benson zou worden. Hij speelt ook mee op There's A Riot Goin' On van Sly & The Family Stone en schrijft voor Janis Joplin Trust Me.

Bobby Womack zal veel van platenmaatschappij veranderen en ook van stijl, waardoor hij geen vaste schare fans creëert. Goede albums worden opgevolgd door minder goede albums. En echt grote hits ontbreken.

In 1972 scoort hij met That's The Way I Feel About Cha, dat een 2e plaats in de R&B charts behaalt en een 28e in de Billboard Top 100. Met Woman's Gotta Have It in hetzelfde jaar scoort hij zelfs een 1e plaats in de R&B charts. Ook Harry Hippie scoort goed. In 1973 en 1974 eveneens met Nobody Wants You Down And Out en een herbewerking van zijn eerste nummer met The Valentinos Lookin' For A Love. Daarna zakt hij geleidelijk aan weg uit de aandacht. Tot hij in de jaren 80 terug is met If You Think You're Lonely Now (1982), Love Has Finally Come At Last met Patti Labelle (1984) en mijn persoonlijke favoriet He Wish He Didn't Trust Me So Much (1985). Hij toert dan ook in Europa en krijgt ook in Nederland veel aandacht.

Daarna zakt hij mede door veelvuldig drugsgebruik weer weg.
In 2012 staat hij weer volop in de spotlights met het door Damon Albarn en Richard Russell geproduceerde album The Bravest Man In The Universe, dat internationaal veel erkenning krijgt, maar dat ik hopeloos overgeproduceerd vind.

Op 14 juli tijdens het North Sea Jazz Festival 2013 laat hij echter zien dat de nummers van dat album veel beter kunnen en geeft hij een fantastisch en legendarisch concert. Ik ben blij dat ik daar bij heb kunnen zijn.

4 3 44 - 27 6 14