Joe Cocker

Zanger. Beroemd door zijn rauwe stemgeluid en zijn spastische luchtgitaarspelende lichaamsbewegingen. Hoewel Cocker ook eigen nummers schreef is hij toch vooral een meesterinterpretator van covers.

Op 16-jarige leeftijd vormde Joe zijn eigen groep, The Cavaliers. Een jaar later vormde hij Vance Arnold & The Avengers, een groep die vooral bluesmuziek speelde. Een eerste betekenisvol optreden hebben ze in 1963 als voorprogramma van The Rolling Stones. In 1964 krijgt hij een contract bij Decca, waarop Cocker zijn eerste Beatle cover I'll Cry Instead - met Big Jim Sullivan en Jimmy Page op gitaar - uitbrengt.
Ondanks stevige promotie flopt de single en Cocker wordt op het einde van het jaar gedumpt door Decca. Hij vormt een nieuw groep onder de naam Joe Cocker's Big Blues en brengt daarmee een obscure EP uit, die door niemand wordt opgemerkt.
In 1966 vormt hij The Grease Band met bassist Chris Stainton. In 1968 ziet producer Denny Cordell wat in Cocker en neemt hij met hem de single Marjorine op, overigens zonder The Grease Band. Het levert Cocker een bescheiden succesje op (UK #48). Een nieuwe Grease Band wordt gevormd met Stainton en sessieorganist Tommy Eyre. In deze formatie wordt de single With A Little Help From My Friends opgenomen met drummer B.J. Wilson van Procol Harum, Jimmy Page en achtergrondzangers Sue en Sunny. En die single wordt een doorslaand succes (UK #1). Cocker's ster is gemaakt.
Cocker maakt dan een succesvolle tournee met een hernieuwde Grease Band: Stainton switcht naar het orgel, Henry McCullough van Eire Apparent wordt gitarist en Alan Spenner en Bruce Rowland van Wynder K. Frog, worden respectievelijk bassist en drummer. Later voegt ook Neil Hubbard als ritmegitarist zich nog bij The Grease Band. In 1969 wordt de tournee voortgezet in de States en wordt een eerste album With A Little Help Of MY Friends uitgebracht dat zeer goed verkoopt in Amerika. Cocker speelt ook met veel succes op op het Woodstock Festival.

In 1969 verschijnt Joe Cocker! met daarop een prachtige singles als Delta Lady van de hand van Leon Russell en een zo mogelijk nog mooiere cover van The Beatles dan With A Little Help From My Friends, She Came In Through The Bathroom Window. In dat jaar treedt hij ook op op het Isle of Wight Festival. Moe van het toeren heft hij The Grease Band op.

Een Amerikaanse tour voor het volgend jaar was echter al geboekt. Leon Russell brengt dan een band bijeen van meer dan 30 muzikanten, door producer Denny Cordell "Mad Dog & Englishmen' genoemd. Er worden meer dan 48 steden bezocht. De tour krijgt veel positieve kritieken, een live album en video worden uitgebracht en Cocker scoort met diverse hitsingles, Cry Me A River, Feelin' Alright en The Letter, dat hem zelfs zijn eerste Amerikaanse Top 10 hit oplevert. Cocker raakt echter oververmoeid, heeft persoonlijke problemen en drinkt hevig. Cocker keert dan huiswaarts naar Sheffield om tot rust te komen.

In 1971 brengt hij de succesvolle single High Time We Went uit. Pas in het najaar van 1972 verschijnt ook een nieuw album Joe Cocker, dat in de rest van Europa uitkomt onder de naam Somethin' To Say. In de herfst van 1972 - na twee jaar rust - vormt Chris Stainton een nieuwe band. Een tournee die Cocker zou leiden door Amerika, Europa en Australië.

Teruggekeerd in Engeland besluit maatje Stainton met toeren te willen stoppen en eigen studio te beginnen. De vriendschap met Cordell is dan ook over en Cocker raakt in deze periode aan de heroïne. Halverwege 73 stopt hij daar mee, maar gaat in plaats daarvan hevig drinken.
Eind 1973 brengt Cocker een nieuw album uit I Can Stand A Little Rain, dat in augustus 1974 wordt uitgebracht en weer uitstekend loopt. De single You Are So Beautiful, een nummer van Billy Preston, verkoopt zo mogelijk nog beter.

De drank begint uiteindelijk wel zijn tol te eisen. Live optredens zijn matig tot slecht en Cocker's nieuwe albums Jamaica Say You Will, Stringray en Luxury You Can Afford verkopen slecht.

Geleidelijk aan begint Cocker er weer een beetje boven op te komen. Hij zingt twee nummers op het album Standing Tall van The Crusaders. Eén van die nummers I'm So Glad I'm Standing Here Today wint een Grammy Award.

In 1982 brengt Cocker het sterke, maar ondergewaardeerde Sheffield Steel uit met Barry Reynolds, Wally Badarou, Sly & Robbie, Uziah 'Stcky' Thompson en Mikey Chung. Het kirjgt veel positieve recensies, verkoopt beter dan zijn vorige albums, maar krijgt toch niet de waardering bij het publiek dat het verdient. Overigens wel in Nederland (#15).

In 1982 scoort Cocker een internationale hit met Up Where We Belong - van de soundtrack van de film An Officer And A Gentleman, een duet met Jennifer Warnes.

Cocker is terug en begint aan tweede succesvolle periode met sterke albums als Civilized Man, Cocker - met daarop de succesvolle single You Can Leave Your Hat On, Unchain My Heart en One Night Of Sin met de single When The Night Comes. In dat jaar zie ik hem ook live (North Sea Jazz, Statenhal).

Het volgende album Night Calls uit 1992, is nog een redelijk goed album, maar de weg terug is ingezet. Cocker blijft succesvol toeren. En albums en singles verkopen redelijk goed, maar de keuze van covers - waar Cocker het uiteindelijk van moet hebben - is minder gelukkig dan voorheen.

20 5 44 - 22 12 14