Jack Bruce

Bassist, zanger en componist. Vooral bekend van Cream. Volgens het blad Rolling Stone is Bruce de op 7 na beste bassist allertijden. Cream's tweede single I Feel Free maakte destijds een onuitwisbare indruk op mij vanwege die fantastische stem. Overigens was de b-kant N.S.U. ook niet mis.

Na in een paar onbekende bandjes te hebben gespeeld wordt Bruce in 1962 lid van Blues Incorporated, een band onder leiding van Alexis Korner, die misschien nog wel meer de vader van de Britse blues is John Mayall.

Bruce speelt dan staande bas naast mede-oprichter Cyriel Davies op harmonica, Long John Baldry als zanger, Charlie Watts op drums en Dick Heckstall-Smith op sax. Als Watts Mick Avory als drummer van The Rolling Stones gaat vervangen neemt Ginger Baker plaats achter de drums. In 1963 verlaat Cyriel Davies de groep om een eigen band op te richten en neemt Long John Baldry mee. Graham Bond neemt dan de plaats in van Long John Baldry. Zelf heb ik nog een foto van hen uit de tijd van Charlie Watts, waarop een jonge Mick Jagger op harmonica mee speelt.

Niet lang daarna zullen Bond, Baker en Bruce eruit stappen om samen met John McLaughlin de Graham Bond Quartet te vormen. Als John McLaughlin de groep verlaat switcht Bruce van staande bas naar elektrische bas en komt Heckstall-Smith erbij. Ze herdopen zich dan in The Graham Bond Organisation.

In augustus 1965 verlaat Bruce de groep; de constante ruzies met Baker zat (tot op vechtpartijen op het toneel). Hij neemt een singletje op I'm Getting Tired dat opgaat in obscuriteit. Kort daarna wordt hij lid van John Mayall's Blues Breakers, die tijdelijk Peter Green in de gelederen telt, omdat Clapton een reis met vrienden maakt. Als Clapton terugkeert kan Green weer vertrekken. De enige opnames van deze formatie, Clapton met Bruce, - van een liveoptreden in Flamingo Club in Londen - worden gemaakt door Mayall op een eigen tape recorder (4 nummers daarvan staan op de bonus cd bij de deluxe uitgave van Blues Breakers with Eric Clapton.

In november 1965 wordt Bruce lid van Manfred Mann. Met hen beleeft hij een single succes met Pretty Flamingo (UK #1) en speelt hij ook nog op de EP Instrumental Asylum. Daarnaast speelt hij de baspartijen op Thank U Very Much en Lily The Pink van The Scaffold. In de tussentijd maakte Bruce ook deel uit van de superformatie The Powerhouse. Deze band werd gevormd door Paul Jones op verzoek van Elektra producer Joe Boyd, die bezig was een Engels filiaal voor Elektra Records op te zetten. In maart 1996 werden 4 nummers opgenomen met Bruce (bas), Paul Jones (harmonica), Steve Winwood onder de naam Steve Anglo (zang), Pete York (drums, eigenlijk had men Ginger Baker op het oog, maar die had andere verplichtingen). Drie van deze nummers verschijnen later op het Elektra album What's Shakin'.

In mei 1966 jamt Baker mee tijdens een optreden van John Mayall's Blues Breakers. Baker weet Clapton te interesseren voor het oprichten van een nieuwe superformatie. Clapton eist wel dat Bruce deel uit maakt van deze nieuwe groep.
Repetities vinden al snel plaats en op 11 juni onthult de muziekpers dat een nieuwe formatie is geboren. Dit tot ontzetting van Clapton, die nog contractueel is gebonden aan Mayall (op 17 juli is nog een optreden gepland) en Mayall nog niets heeft verteld. Nota bene moest zijn tweede album The Bluesbreakers with Eric Clapton nog verschijnen (22 juli) en nu al was hij zijn gitarist kwijt. Een troost voor Mayall was dat dit album zijn commerciële doorbraak betekende (UK #6).

Een eerste optreden van de nieuwe formatie, Cream, vindt plaats op 29 juli en is meteen een doorslaand succes. Hoewel hun eerste single Wrapping Paper een slechts een 34e plaats behaalt, is de tweede single I Feel Free een commercieel succes. Meer hits volgen, de belangrijkste staan steeds op naam van Bruce, zoals Sunshine Of Your Love, dat hij schrijft na een optreden van Jimi Hendrix en White Room. Ook hun albums verkopen goed. En ook hier weer zijn de meeste eigen composities van Bruce (meestal met Pete Brown als tekstschrijver). De groep geniet ook een enorme live reputatie, alhoewel ook, net zoals destijds bij de Graham Bond Organisation, de spanningen tussen Baker en Bruce voortdurend aanwezig zijn. Behalve het onaangename karakter - zie vooral ook eens de dvd Beware Of Baker - is muzikale rivaliteit - hoe goed Baker als drummer ook is, hij kan toch af en toe het snelle en virtuoze basspel van Bruce niet volgen - daar debet aan. Ook zet Bruce zijn luidspreker zo hard mogelijk, waar Baker slecht tegen kan. Volgens Clapton waren Bruce en Baker alleen nog maar met zichzelf bezig en luisterden ze niet meer naar elkaar. Zo stopte Clapton eens langdurig met spelen zonder dat Baker en Bruce dat in de gaten hadden.
In mei 1968 besluiten ze te stoppen, maar geven daarna nog twee afscheidsconcerten.

Bruce zou daarna een reeks van uitstekende albums uitbrengen, die weliswaar melodisch, maar muzikaal complex waren en steeds jazzier worden. En daardoor ook niet echt commercieel, waardoor Bruce voor het poppubliek steeds verder achter de horizon verdwijnt. Hoogtepunten voor mij zijn vooral zijn eerste paar albums. In augustus 1968 neemt hij een eerste album op met John McLaughlin, Dick Heckstall-Smith en Jon Hiseman. Dit album Things We Like verschijnt echter pas in 1970.
In 1969 verschijnt zijn eerste soloalbum Songs For A Tailor, dat commercieel redelijk succesvol is. Overigens ook weer met Hiseman en Heckstall-Smith. Bruce brengt in totaal 14 solo - studio - albums uit. Ook grijpt Bruce af en toe terug op het geluid van Cream. Met Leslie West en Corky Laing vormt hij het powertrio West, Bruce & Laing. Ook vormt hij een powerduo met Robin Trower. Het langst werkt hij echter samen met 'latin/world'producer Kip Hanrahan.

Ook herenigt Bruce zich af en toe met Clapton en Baker. Clapton speelt mee op het album Somethin' Els uit 1987 en op een nieuwe versie van Sunshine Of Your Love van het album Shadows In The Air uit 2001.
Merkwaardig genoeg, gezien alle ruzies, herenigt hij zich vaker met Baker. In 1989 begint hij te werken aan het album A Question Of Time, waarop Baker mee doet en Bruce toert daarna met hem door Amerika. In 1993 komt Baker voor een concert naar Keulen om samen met andere muzikanten, die met Bruce hebben gespeeld, Bruce's 50e verjaardag te vieren. Eén van die anderen is Gary Moore en samen vormen ze de groep BBM. Tijdens hun tournee gaat het echter al weer mis tussen Bruce en Baker. De tournee wordt ingekort en de groep opgeheven. In 1997 gaat Bruce deel uit maken van Ringo Starr's All-Star Band met Peter Frampton op gitaar. Tijdens een optreden in Denver voegt Baker zich bij hen en spelen Bruce, Baker een Frampton een korte set met Cream nummers.

In 2003 wordt bij Bruce leverkanker geconstateerd. Hij krijgt een levertransplantatie, die bijna verkeerd afloopt, omdat zijn nieuwe lever aanvankelijk wordt afgestoten. Uiteindelijk herstelt Bruce zich.

In mei 2005 wordt Cream herenigd en geven ze een aantal succesvolle concerten in de Royal Albert Hall in Londen en in de Madison Square Garden in New York.

Ook daarna blijft Bruce volop toeren en brengt hij ook regelmatig nieuwe albums uit. De laatste Silver Rails in maart 2014.

Op 25 oktober overlijdt Bruce aan een leverziekte

Een selectie van zijn sessiewerk:

-Hold Me van P.J. Proby
-After The Fox van The Hollies
-Sonny Boy Williamson, b-kant van I've Been A Bad Bad Boy van Paul Jones
-Sorrow van The Merseys
-Someone's Singing van Donovan
-Everybody Clap van Lulu
-het album Berlin van Lou Reed
-op het titelnummer van Apostrophe van Frank Zappa
-Too Many Cooks van Mick Jagger
-op het album And About Time Too van Bernie Marsden
-op het album Ghost Town Parade van Les Dudek
-op de albums Song Of Seven en Animation van Jon Anderson
-op het album Land of Cockayne van Soft Machine
-op End Of The World van het album Corridors Of Power en op het album Ballads And Blues van Gary Moore
-op Silver Bullet, Something Else (Is Workin' Harder) en The Animal Speaks (2) van The Golden Palominos
-op Fool's Moon van Gov't Mule
-op Pretty Blue Van Vargas Blues Band

14 5 43 - 25 10 14