Broeder Dieleman - Komma

Hier had de coverafbeelding moeten staan
Snowstar Records

Broeder Dieleman kwam pas bij iets meer dan een dozijn mensen in beeld toen hij een verbintenis aanging met Snowstar Records. Dat was enkele jaren geleden. Hij schreef liedjes, zong ze en begeleidde zichzelf op de banjo, daarbij ondersteund door een aantal muzikanten uit zijn inner circle. Hij was een Zeeuw, volslagen onbekend, die zong met de tongval van zijn geboortestreek.

Nu, vele jaren later, is er niet veel veranderd. Behalve dan dat hij nu bekend is bij iets meer dan een gros muziekliefhebbers. Dat zijn stuk voor stuk harde kern fans die zijn kwaliteit en eigenwijsheid kunnen waarderen. Waarom vinden deze mensen, inclusief mijzelf zeg ik er maar even snel bij, deze bard van de bunder - want broeder Dieleman verlaat met zijn thema’s niet snel zijn territorium - zo goed? Komt het door de puurheid van zijn liederen, de vermeende zuiverheid van zijn geest of de eenvoud van zijn verschijnen? Het is gissen, maar feit is wel dat hij het tegenovergestelde is van de kosmopoliet, hij is de zonderling die met zijn voeten contact wil blijven houden met de Zeeuwse klei.

Nu is Komma uitgekomen. Het toeval wil dat ik net Franca Treurs roman Hoor nu mijn stem las. Franca Treur is eveneens Zeeuws, maar van Walcheren en niet van Zeeuws-Vlaanderen. Maar voor de sfeer van haar boek zal dat niet veel uitmaken. Die wordt bepaald door het protestantse geloof en het vertrouwen in de Heere in een gebied dat het begin van de bible belt markeert. Dat geloof bepaalt weer het handelen en de aard van de mensen: godvrezend, nuchter en voortdurend die verbinding met de elementen, want er was immers altijd die strijd tegen het water. Het boek bracht mij in een goede luisterhouding.

Ook bij de karakters rond broeder Dieleman merk je die elementen. Zijn werk ademt telkens een en dezelfde sfeer en wel die van zijn omgeving, de natuur en de zonderlinge mensen die er wonen. De muzikanten op dit album zijn daarbij goed op dreef met bijvoorbeeld het doeltreffende drumwerk van Leo Fabriek en de onmisbare zangpartijen van Janine van Osta, die regelmatig met haar stem de schoonheid plaagt en soms een persiflage benadert. Het levert een perfecte bijdrage aan de sfeer, zoals ook de broeder dat doet met zijn praatzingen à la Björn van der Doelen, zijn Brabantse collega wiens toon aanmerkelijk ruiger is dan de liefdevolle benadering van broeder Dieleman.

Als je luistert naar de muziek ervaar je het water van de zee en de kreken, vermoed je de aanwezigheid van knotwilgen en van het fiere riet dat hoog torenend het zicht op allerlei lieve waterbeestjes ontneemt. Je hoort watervogels boven het kabbelende water uit komen, je vermoedt overzwevende wolkjes. Dit alles letterlijk zelfs, want de tweede CD is geheel gewijd aan het Gat van Pinten, een kreek waarin, waarop en waaromheen broeder Dieleman met zijn microfoontje het geheim van de microkosmos heeft getracht vast te leggen. Die tweede CD is een surrealistisch muziekwerk geworden, hoe realistisch het ook in wezen is. Deze compositie herinnert aan 'de vroege' Pink Floyd’, in hun psychedelische fase, aan de tweede schijf van hun Ummagumma bijvoorbeeld, dat album dat eveneens een dubbelaar is.

Om het nog gekker te maken zeg ik dat op de eerste CD, die met de liedjes, de geest van Tom Waits aanwezig is. Dat komt door het praatzingen natuurlijk, maar ook door het exotische musiceren van die geweldige muzikanten. Uiteraard met onversterkte instrumenten, waardoor de puurheid van het muziekwerk extra wordt benadrukt.

Komma van Broeder Dieleman is als Tom Waits en Pink Floyd bij elkaar verpakt, kwaliteit in het kwadraat. Punt uit.